Ga direct naar de hoofdinhoud

Wat valt er te doen?

Tuinieren is plannen !
In februari moet je ook weten welke groenten en bloemen je waar in de tuin gaat neerzetten, of te wel er moet een teeltplan worden opgemaakt.
Het maken van een teeltplan is nodig omdat anders de kans op ziekten (met name knolvoet bij koolsoorten) en gebrek aan bepaalde voedingsstoffen vergroot wordt.
Verder is het ook wettelijk verboden om bijvoorbeeld aardappels vaker dan eens per 4 jaar op dezelfde grond te verbouwen.
Het makkelijkst is het om de tuin in 3 stukken te verdelen, t.w. A, B en C.
In stuk A plaatsen we de groenten die veel stikstof nodig hebben, zoals aardappels, bladgroenten, koolsoorten, courgette, prei e.d.
In stuk B plaatsen we wortelgewassen
In stuk C komen de peulvruchten, die maken immers zelf de stikstof.
Het jaar daarop draaien we gewoon verder , dus

jaar 1

groep A

groep B

groep C

jaar 2

groep B

groep C

groep A

jaar 3

groep C

groep A

groep B


Gedurende het jaar kunnen we ook een onderscheid maken tussen de voorcultuur, hoofdcultuur en nacultuur.
Dit om zo efficient mogelijk de beschikbare grond te benutten.
Voorbeelden zijn het planten van slaplanten tussen de bonenstokken.
Daarnaast kennen we ook nog de combinatie teelt. Sommige groenten kunnen elkaar gunstig beinvloeden, maar ook het omgekeerde kan gebeuren.
Denk bijvoorbeeld aan het om en om zaaien/poten van ui en wortels.
Het maken van zo'n teeltplan is dus een hele klus, maar gelijk een goede basis voor een goed tuinjaar.

 

 

Diegenen die in het bezit zijn van een tuinkas kunnen in februari al de nodige groente voor kweken.
Zelf trek ik thuis in een klein tuinbakje al wat groenten voor.
Met name de vroege koolsoorten (savooiekool, spitskool, en bloemkool) zijn hiervoor geschikt.
Deze kunnen dan in maart in de volle grond worden geplaatst, eventueel nog afgeschermd met een tunnel.
Langzaam gaat het dan toch beginnen.